De minderjarige is onder toezicht gesteld van Bureau Jeugdzorg en verblijft in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit. Mr. R.L. de la Parra, advocaat van de minderjarige, verzocht de rechtbank om hem ambtshalve te benoemen tot bijzondere curator vanwege een belangenstrijd tussen de minderjarige en zijn ouders en Bureau Jeugdzorg.
De verzoeker stelde dat de minderjarige het niet eens is met zijn verblijf in gesloten jeugdzorg, dat de thuissituatie problematisch is door onvoldoende opvoeding en middelengebruik, en dat de minderjarige zijn gezinsvoogd onvoldoende ziet en niet vertrouwt. De rechtbank overwoog dat de gezinsvoogd reeds de belangen van de minderjarige behartigt en een bijzondere curator niet noodzakelijk is. Problemen met de gezinsvoogd kunnen via Bureau Jeugdzorg worden opgelost door een andere gezinsvoogd te benoemen.
De rechtbank oordeelde dat de verzoeker geen belanghebbende is en ambtshalve niet-ontvankelijk is, maar heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en afgewezen. De taken die een bijzondere curator zou vervullen worden al door de gezinsvoogd uitgevoerd. Daarom is benoeming van een bijzondere curator niet nodig.