ECLI:NL:RBDHA:2013:14206
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning na verbreking huwelijk wegens onvoldoende motivering
Eiser kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'verblijf bij echtgenote', geldig tot 2015. Na feitelijke verbreking van het huwelijk op 23 mei 2011 trok verweerder de vergunning met terugwerkende kracht in, omdat niet langer aan de beperking werd voldaan. Eiser verzocht om voortgezet verblijf, maar dit werd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat het huwelijk minder dan drie jaar heeft geduurd, waardoor eiser geen recht heeft op voortgezet verblijf op grond van het nationale recht. Wel stelt de rechtbank vast dat het vervallen van een versoepeling in het beleid op 1 april 2001 een nieuwe beperking vormt in de zin van artikel 13 van Pro Besluit 1/80. Verweerder heeft niet beoordeeld of eiser op grond van het oude beleid in aanmerking kwam voor voortgezet verblijf.
Daarom is het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en het griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.