Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 april 2013, met 9 producties;
- het herstel-exploot van 16 april 2013;
- de conclusie van antwoord, met 8 producties;
- het tussenvonnis van 3 juli 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 2 september 2013.
2.De feiten
3.Het geschil
true mental disorder” als vereist volgens de jurisprudentie bij artikel 5 lid Pro 1, sub e, EVRM. Een en ander brengt mee dat de Staat schadeplichtig is jegens [eiser].
4.De beoordeling
Onrechtmatige rechtspraak?
Brand/Nederland, NJ 2005, 57).
lawful”(rechtmatig) is. Volgens vaste rechtspraak van het EHRM betekent dit dat de detentie moet zijn toegestaan door het nationale recht en dat dit nationale recht zelf “
lawful”moet zijn. Omdat het daarbij gaat om de interpretatie en toepassing van nationaal recht kan slechts marginaal worden getoetst op kennelijke rechtsdwalingen of willekeur. Van rechtmatige detentie is volgens diezelfde rechtspraak geen sprake wanneer de vrijheidsbeneming als kennelijk arbitrair moet worden beschouwd (EHRM 24 oktober 1979, NJ 1980, 114,
Winterwerp/Nederland). Op grond van het eerste lid, sub a, geldt voorts als bijzondere vereiste dat de vrijheidsbeneming (de TBS-maatregel) berust op een veroordeling door een daartoe bevoegd gerecht.
true mental disorder”als bedoeld in de jurisprudentie bij artikel 5 lid 1 onder Pro e EVRM. Dit standpunt wordt niet gevolgd. [eiser] heeft niet gesteld, en evenmin is gebleken dat op willekeurige wijze, dan wel via een kennelijke rechtsdwaling door de strafrechter, is voorbijgegaan aan de op grond van artikel 37 lid 3 Sr Pro jo artikel 37a Sr gestelde procedurele en materiële voorwaarden ten aanzien van het opleggen van TBS aan [eiser] als weigerende observandus. Bovendien heeft [eiser] in de strafrechtelijke procedure voldoende gelegenheid gehad om op te komen tegen vaststelling door de deskundigen dat sprake was van een dergelijke stoornis en had hij ervoor kunnen kiezen om reeds in die fase zijn medewerking te verlenen aan het tot stand brengen van een PBC-rapportage. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook geen sprake geweest van een schending van artikel 5 lid 1 EVRM Pro.
€ 1.158,--(2 punten à € 579,- volgens tarief III)