Eiser, een vakleerkracht bewegingsonderwijs met 32 jaar dienstverband, werd door verweerder geplaatst in het risicodragend deel van de formatie (rddf) vanwege het beëindigen van subsidie voor bewegingsonderwijs per 1 januari 2014. Verweerder beriep zich op een hardheidsclausule om af te wijken van de standaard afvloeiingsvolgorde binnen de categorie onderwijzend personeel.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft aangetoond dat op 31 juli 2006 een hardheidsclausule gold in de afvloeiingsregeling, zoals vereist op grond van artikel 10.4, zesde lid, van de CAO PO. Verweerder kon daarom niet afwijken van de afvloeiingsvolgorde. Ook het beroep op het organisatiebelang en het voeren van DGO-overleg werd onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast werd het subsidiaire betoog van verweerder dat eiser kon worden ontslagen wegens het afslaan van een PABO-opleiding niet gevolgd, omdat dit niet als grondslag in het besluit was opgenomen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten aan eiser.