ECLI:NL:RBDHA:2013:14935
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting Scheveningse Pier wegens brandveiligheid
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag behandelde op 10 oktober 2013 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag tot sluiting van de Scheveningse Pier. Dit besluit volgde op het niet voldoen aan een last onder bestuursdwang om geconstateerde bouwkundige en brandveiligheidsovertredingen te verhelpen.
Verzoekster Twinkle B.V., huurder van een pand op de Pier, werd niet als belanghebbende erkend omdat haar belang voortvloeit uit een contractuele relatie en niet rechtstreeks bij het besluit betrokken is. Daarom werd haar verzoek afgewezen. Verzoeker sub 1, curator van de exploitatie- en vastgoed-B.V.'s van de Pier, betwistte de overtredingen niet, maar maakte bezwaar tegen de sluiting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college het belang van brandveiligheid voor werknemers en bezoekers terecht zwaarder heeft laten wegen dan de economische belangen van de ondernemers. Geconstateerde gebreken en het uitblijven van maatregelen maakten sluiting noodzakelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het besluit tot sluiting werd voorshands als rechtmatig beschouwd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de Scheveningse Pier wordt afgewezen.