Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[A], wonende te [woonplaats],
Rechtbank Den Haag
Een uitzendkracht raakte tijdens werkzaamheden in een verpleeghuis gewond doordat een plafondplaat met een spotje naar beneden viel. Hij stelde de gebruiker en eigenaar van het pand, alsmede zijn werkgever aansprakelijk op grond van verschillende wetsartikelen. De rechtbank oordeelde dat niet vaststaat dat de plafondplaat spontaan viel, maar dat dit verband hield met de werkzaamheden. De stelling dat de plaat gebrekkig was door een scheur werd onvoldoende onderbouwd en het rapport van de Arbeidsinspectie en een deskundigenrapport sloten dit uit.
De werkgever had voldoende zorg gedragen door het verstrekken van veiligheidsinstructies, het certificeren van de werknemer en het houden van risico-inventarisaties. De stelling dat onvoldoende instructies waren gegeven werd verworpen. Ook het beroep op risicoaansprakelijkheid wegens fouten van ondergeschikten faalde wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank concludeerde dat noch de pandgebruikers, noch de werkgever aansprakelijk zijn voor het ongeval. De kosten van de procedure werden gematigd begroot, maar een kostenveroordeling werd afgewezen. De beschikking werd uitgesproken op 16 september 2013 door de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en verklaart dat de werkgever niet aansprakelijk is voor het ongeval.