ECLI:NL:RBDHA:2013:15322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens eerdere verblijfstitel als slachtoffer mensenhandel
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, had in het verleden een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking genoemd in de Vreemdelingencirculaire hoofdstuk B9, als slachtoffer van mensenhandel. Na intrekking van deze vergunning en afwijzing van haar asielaanvraag werd zij uitgezet en kreeg zij een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat het beroep van eiseres zich uitsluitend richtte tegen het inreisverbod. De kernvraag was of het feit dat eiseres eerder een verblijfstitel had als slachtoffer van mensenhandel, een inreisverbod in de weg stond volgens artikel 11, derde lid, tweede alinea van de Terugkeerrichtlijn en artikel 6.5 van het Vreemdelingenbesluit.
De rechtbank oordeelde dat deze bepalingen, gelet op de doelstelling en systematiek van de Terugkeerrichtlijn, ook situaties als die van eiseres omvatten waarbij de verblijfstitel inmiddels is verlopen. Omdat eiseres geen bedreiging vormde en had meegewerkt met de autoriteiten, was het opleggen van het inreisverbod strijdig met deze regels.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het inreisverbod en veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het inreisverbod is vernietigd omdat het in strijd is met de Terugkeerrichtlijn en het Vreemdelingenbesluit voor personen die eerder een verblijfstitel hadden als slachtoffer van mensenhandel.