Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[eiser],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
€ 250,- aan leges voldaan.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische vreemdeling, heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de geheven leges van €250,- en tegen de ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning gezinshereniging, die is vastgesteld op 10 september 2012. Verweerder heeft het bezwaar deels gehonoreerd door €25,85 aan leges terug te betalen, maar heeft de ingangsdatum gehandhaafd op de datum van betaling en indiening bij de IND.
De rechtbank overweegt dat de legesheffing een wettelijke grondslag kent in artikel 24 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en dat het bedrag van €225,-, vastgesteld na jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak, niet in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn. De motivering van verweerder voor het legesbedrag is voldoende, en het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de huidige werkwijze conform de wet is.
Ten aanzien van de ingangsdatum is de rechtbank van oordeel dat de aanvraag pas volledig tot stand komt bij het verschijnen en betalen van leges bij de IND, conform artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet en de Vreemdelingencirculaire. Daarom is de vergunning terecht verleend met ingang van 10 september 2012. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; de leges van €225,- en de ingangsdatum 10 september 2012 worden bevestigd.