ECLI:NL:RBDHA:2013:15521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens twijfel aan terugkeer
Eiseres diende een aanvraag in voor een visum voor kort verblijf om zich bij haar echtgenoot in Nederland te vestigen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan het middelenvereiste en er redelijke twijfel bestond over haar voornemen om Nederland tijdig te verlaten.
De rechtbank overwoog dat de Visumcode vereist dat niet de sterkte van de banden met het land van herkomst, maar de geloofwaardigheid van het voornemen tot terugkeer wordt beoordeeld. Hoewel eiseres voornemens was zich in Nederland te vestigen, was langdurig rechtmatig verblijf niet mogelijk vanwege het ontbreken van voldoende middelen bij haar echtgenoot.
Gezien het ontbreken van zwaarwegende maatschappelijke banden met Algerije, concludeerde de rechtbank dat er redelijke twijfel bestond over het terugkeer voornemen van eiseres. Het bezwaar was kennelijk ongegrond, waardoor verweerder van het horen kon afzien. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum is ongegrond verklaard wegens redelijke twijfel aan het voornemen tot tijdige terugkeer.