Uitspraak
Voorziening in de voogdij wegens minderjarigheid van de moeder
(artikel 1:246 jo Pro 1:253q BW)
Procedure
- mevrouw E.R.M. Bakker, namens de Raad;
- mevrouw S.J. Moerman, namens Bureau Jeugdzorg;
- de moeder;
- de (biologische) vader (verder: de vader);
- de grootmoeder moederszijde (mz);
- de grootmoeder vaderszijde (vz).
Verzoek en verweer
Beoordeling
- bemoeienis van de hulpverlenende instanties onnodig en niet in het belang van de minderjarige wordt geacht;
- de overtuiging bestaat dat men in onderling overleg tot een goede oplossing zal komen ten aanzien van de verblijfplaats en de verzorging en opvoeding van de minderjarige;
- de grootmoeder mz de meest geschikte persoon is om met onmiddellijke ingang te worden belast met de voogdij over de minderjarige.
Beslissing
[de grootmoeder mz], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];
[de grootmoeder mz]worden toegekend;