ECLI:NL:RBDHA:2013:15572
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting langdurig verblijvende kinderen
Verzoekers, bestaande uit drie gezinsleden van Mongoolse nationaliteit, hebben een aanvraag gedaan op grond van de Regeling langdurig verblijvende kinderen. Verweerder wees deze aanvragen af vanwege het strafrechtelijke verleden van verzoeker 3, de moeder, en stelde dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd om van het beleid af te wijken.
Verzoekers maakten bezwaar en verzochten om voorlopige voorzieningen om uitzetting te voorkomen totdat op bezwaar was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende was ingegaan op de individuele omstandigheden van verzoekers 1 en 2, die in Nederland geboren zijn, schoolgaand en niet op de hoogte van het strafblad van hun moeder.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de Regeling ruimte biedt voor afwijking bij bijzondere omstandigheden, anders dan de pardonregeling uit 2007. Verweerder moest nader motiveren waarom de individuele omstandigheden geen aanleiding vormen tot afwijking. Omdat dit ontbrak, wees de voorzieningenrechter het verzoek toe en verbood de uitzetting.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en verplicht tot vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoekers totdat op hun bezwaren is beslist en veroordeelt verweerder in de proceskosten en griffierecht.