ECLI:NL:RBDHA:2013:16092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting Somalische vreemdeling in vreemdelingenbewaring
Een Somalische vreemdeling is in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij voert aan dat er geen concreet zicht is op uitzetting vanwege het beperkte aantal daadwerkelijke uitzettingen en veiligheidsrisico's in Somalië. De staatssecretaris stelt dat er afspraken zijn met de Transfederal Government over het uitzetten van twee personen per maand en dat een taalanalyse moet bevestigen of de vreemdeling daadwerkelijk uit Somalië komt.
De rechtbank stelt vast dat de gronden voor bewaring niet zijn betwist en voldoende zijn om onttrekkingsgevaar aan te nemen. Hoewel het uitzettingsproces traag verloopt en er vragen zijn over de veiligheid in Somalië, is er volgens de rechtbank nog wel zicht op uitzetting, mede omdat de taalanalyse nog moet plaatsvinden. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld.
Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af, omdat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig en redelijk is toegepast. Er is geen reden om de maatregel te schorsen of te beëindigen op grond van de omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.