Verzoeker, een Sri Lankaanse asielzoeker, diende op 11 oktober 2013 een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eerdere aanvragen waren reeds afgewezen, en eerdere beroepen ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat verzoeker geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de onmiddellijke vertrektermijn is gebaseerd op het risico dat verzoeker zich aan toezicht zal onttrekken, gelet op eerdere niet-benutte vertrektermijnen, meerdere afgewezen aanvragen, onvoldoende bestaansmiddelen en een strafrechtelijke achtergrond. Verweerder was niet verplicht verzoeker voorafgaand aan de beslissing in persoon te horen over de vertrektermijn.
Het beroep tegen de verwijzing naar een eerder opgelegd inreisverbod wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat dit geen nieuw besluit betreft. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de rechtbank wijst het beroep verder ongegrond. Er worden geen proceskosten toegekend.