ECLI:NL:RBDHA:2013:17570
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Woning na verhuurperiode weer als eigen woning aangemerkt voor inkomstenbelasting
Eiser was gedurende zijn uitzending naar het buitenland eigenaar van een woning die hij tijdelijk verhuurde. De Belastingdienst stelde dat de woning vanwege de verhuurperiode niet als eigen woning kon worden aangemerkt voor het gehele jaar 2009, waardoor deze in box III werd belast. Eiser voerde aan dat de woning na beëindiging van de verhuurperiode weer als eigen woning moet worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de woning inderdaad alleen tijdens de verhuurperiode niet als eigen woning kan worden aangemerkt, en dat na afloop van de verhuur de woning weer als eigen woning in box I moet worden belast. Dit volgt uit de uitleg van artikel 3.111, zesde lid, Wet IB 2001 en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
Hierdoor werd de navorderingsaanslag van de Belastingdienst verminderd en het beroep van eiser gegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees het hoger beroep toe.
Uitkomst: De woning wordt na beëindiging van de verhuurperiode weer als eigen woning in box I belast.