De Staat der Nederlanden heeft met Helder Werk B.V. een raamovereenkomst inzake stoelmassage gesloten die per 21 september 2013 zou expireren. De ondernemingsraad (GOR BD) weigerde instemming met het besluit tot beëindiging van deze overeenkomst. De Staat verzocht daarop de kantonrechter om vervangende toestemming.
De kantonrechter beoordeelde of de weigering van de ondernemingsraad onredelijk was en concludeerde dat de GOR BD de Staat niet in redelijkheid kon houden aan een in 2006 gemaakte 'gentlemen’s agreement' om jaarlijks € 250.000 ten gunste van medewerkers te besteden. Ook was onvoldoende gebleken dat stoelmassage een positief effect had op ziekteverzuim of werkprestaties. De Staat had bovendien het instemmingsverzoek in een breder perspectief geplaatst, met verwijzing naar het rijksbrede bezuinigingsbeleid en de Nota Stofkam.
Gelet op deze omstandigheden oordeelde de kantonrechter dat de weigering van de ondernemingsraad onredelijk was en verleende de kantonrechter de Staat toestemming om de overeenkomst te beëindigen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.