Uitspraak
[X], wonende te [Z], eiser(gemachtigde: [A]),
de inspecteur van de Belastingdienst/[te P], verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
€ 14.820
Mededeling opleggen naheffingsaanslag
€ 119.768
€ 60.488
Rechtbank Den Haag
Eiser, aandeelhouder en directeur van een BV en ondernemer in een eenmanszaak, kocht een perceel en bouwde daarop een woning die hij als ondernemingsvermogen aanmerkte. Na verkoop van de woning legde de Belastingdienst naheffingsaanslagen omzetbelasting op, gebaseerd op een levering van de woning.
Eiser maakte bezwaar tegen de naheffingsaanslagen en stelde dat de uitspraken op bezwaar niet rechtsgeldig waren omdat de Belastingdienst eerst een voornemen tot vernietiging had gegeven en later terugkwam. Tevens stelde eiser dat geen levering in de zin van de Wet op de omzetbelasting had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat de brief van de Belastingdienst van 29 maart 2013 slechts een voornemen was en geen definitieve uitspraak op bezwaar, zodat de latere uitspraken op bezwaar wel rechtsgeldig waren. Vervolgens stelde de rechtbank vast dat de naheffingsaanslagen ten onrechte waren opgelegd omdat geen sprake was van een levering in de zin van artikel 3, derde lid, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De beroepen werden gegrond verklaard, de naheffingsaanslagen, boetebeschikkingen en rentebeschikkingen vernietigd, en de Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslagen omzetbelasting en boetebeschikkingen en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.