Uitspraak
RECHTBANK DEN-HAAG
[eiser],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- het rapport van de NGO Action for Equality, Support, Antiracism (KISA) van mei 2012;
- een door KISA bij de Europese Commissie ingediende klacht van mei 2012;
- de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 18 juli 2011 (AWB 11/13867);
- het rapport van KISA van mei 2011;
- het arrest in de zaak M.S.S.;
- het rapport van het US Department of State van 11 maart 2010;
- het rapport van KISA van 29 juni 2009.
4 juni 2013 is gevoegd. Voorts wijst verweerder op een tweede, bij het verweerschrift van
4 juni 2013 gevoegd, op een intern stuk gelijkend, schrijven van de Cypriotische autoriteiten. Daaruit blijkt dat er ten aanzien van de detentiefaciliteiten verbeteringen zijn doorgevoerd in de mogelijkheid om te luchten, de medische voorzieningen, en de klachtvoorziening. Ook is er een nieuwe detentiefaciliteit in Menogeia geopend. Verweerder is van mening dat op basis van deze reacties van de Cypriotische autoriteiten niet kan worden geconcludeerd dat de situatie in Cyprus ten aanzien van de detentieomstandigheden zodanig is dat sprake is van een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer van eiser naar Cyprus. Met betrekking tot de asielprocedure in Cyprus stelt verweerder zich op het volgende standpunt. Uit de door eiser overgelegde stukken volgt dat eiser een beslissing op zijn asielaanvraag en op het administratief beroep heeft ontvangen. Bovendien wordt in de stukken aangegeven dat hij de mogelijkheid heeft om hoger beroep in te stellen, hetgeen eiser niet heeft gedaan. Eiser heeft aldus in ieder geval toegang gehad tot de asielprocedure en hierop twee besluiten ontvangen. Voorts weerspreken de Cypriotische autoriteiten in de reactie op het rapport van A.I. de stelling van eiser dat de gehoren van onvoldoende kwaliteit zouden zijn. Verweerder weerspreekt daarom de stelling van eiser dat de asielprocedure in Cyprus niet met voldoende waarborgen zou zijn omkleed. Verweerder concludeert dat gelet op het voorgaande geen aanleiding bestaat om niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit te gaan.
In dit stuk is, voor zover relevant, het volgende vermeld:
) as much as possible. Nevertheless, there is adequate lighting (i.e. sufficient to read by, sleeping periods excluded) as stipulated by CPT.