De Staat startte een aanbestedingsprocedure voor de exploitatie van baggerspeciedepots Hollandsch Diep en Put Cromstrijen. Eiseres MVO diende een inschrijving in die volgens Rijkswaterstaat onjuist was omdat het bedrag in het inschrijvingsbiljet (bijlage D) niet alleen de vaste component (bijlage H) maar ook de variabele component (bijlage I) bevatte. Rijkswaterstaat wees de opdracht toe aan een andere inschrijver, de Combinatie.
MVO vorderde in kort geding dat Rijkswaterstaat de gunning aan de Combinatie zou verbieden, de procedure zou heropenen of haar inschrijving zou herbeoordelen met correctie van de inschrijvingsprijs. De voorzieningenrechter stelde vast dat de aanbestedingsstukken ruimte boden voor twee interpretaties van de inschrijvingsprijs, waardoor het transparantiebeginsel werd geschonden.
De rechter oordeelde dat geen sprake was van een kennelijke fout van MVO, maar van een gebrek in de aanbestedingsstukken. Een heraanbesteding was niet noodzakelijk; een herbeoordeling waarbij de inschrijving van MVO werd gecorrigeerd door de variabele component buiten beschouwing te laten, volstond. Rijkswaterstaat werd verboden de opdracht aan de Combinatie te gunnen zonder deze herbeoordeling. De kosten van het geding werden aan Rijkswaterstaat opgelegd.