ECLI:NL:RBDHA:2013:18584

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2013
Publicatiedatum
9 januari 2014
Zaaknummer
13/29005
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen vreemdelingenbewaring wegens zicht op uitzetting Sierra Leone

Eiser is op 18 oktober 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Tegen deze maatregel is een beroepschrift ingediend dat op 20 november 2013 in een enkelvoudige zitting is behandeld. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en aanvullende informatie ingewonnen van verweerder en reactie van eiser ontvangen. Beide partijen stemden in met afdoening zonder nadere zitting.

Eiser voerde aan dat het zicht op uitzetting naar Sierra Leone binnen een redelijke termijn ontbreekt, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De rechtbank oordeelt echter dat de inspanningen van de autoriteiten, waaronder de onderhandelingen over een Memorandum of Understanding (MoU) met Sierra Leone, voldoende zijn om het zicht op uitzetting te rechtvaardigen. Diverse gesprekken en schriftelijke bevestigingen tonen aan dat het MoU naar verwachting eind 2013 wordt afgerond en ondertekend.

De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.E. Bos op 4 december 2013.

Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard wegens voldoende zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Team Bestuursrecht 2
zaaknummer: AWB 13/29005, V-nummer: [… 2]

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2013 in de zaak tussen

[… 1], eiser,

gemachtigde: mr. H. Uzumcu,
en

de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. S.O. Naarendorp.

Procesverloop

Verweerder heeft eiser op 18 oktober 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij faxbericht van 12 november 2013 heeft verweerder de rechtbank in kennis gesteld van de inbewaringstelling van eiser. Deze kennisgeving wordt op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 aangemerkt als een beroepschrift van eiser tegen de maatregel van bewaring.
De zaak is op 20 november 2013 behandeld ter zitting van een enkelvoudige kamer.
Eiser en A.M.R. Zeevaarder, tolk Engels, hebben de zitting bijgewoond vanuit de telehoorruimte van het detentiecentrum te Schiphol. Eisers gemachtigde en verweerders gemachtigde zijn ter zitting verschenen.
De rechtbank heeft het onderzoek heropend. Verweerder heeft op 22 november 2013 desgevraagd nadere informatie aan de rechtbank verstrekt. Eiser heeft op 26 november 2013 zijn reactie hierop gegeven.
Beide partijen hebben op respectievelijk 27 november en 29 november 2013 toestemming gegeven om de zaak zonder nadere zitting af te doen.
Vervolgens heeft de rechtbank op 2 december 2013 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat er nieuwe feiten en of omstandigheden benodigd zijn om de huidige inbewaringstelling te rechtvaardigen. Daarbij is van belang dat de vorige inbewaringstelling van eiser op 29 oktober 2012 niet is opgeheven wegens het ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn, maar wegens onvoldoende voortvarend handelen van verweerder.
2.
Eiser betoogt dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt en verwijst hierbij naar een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, zittingsplaats Rotterdam, van 27 augustus 2013 (AWB 13/19551). Deze beroepsgrond faalt. Zoals ook blijkt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 maart 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ3752), hebben de autoriteiten van Sierra Leone toegezegd mee te werken aan gedwongen terugkeer op voorwaarde dat afspraken hieromtrent worden vastgelegd in een Memorandum of Understanding (MoU). Uit de overgelegde stukken van verweerder van 22 november 2013 blijkt dat er aanhoudend inspanningen worden verricht gericht op vaststelling van een MoU. Begin augustus 2013 hebben de Sierraleoonse autoriteiten inhoudelijk gereageerd op een aangeboden concept-MoU door daarbij enkele opmerkingen te plaatsen. Op 5 september 2013 heeft naar aanleiding van deze reactie een gesprek over het MoU plaatsgevonden met de Sierraleoonse ambassade te Brussel. De ambassadeur heeft de bereidheid tot samenwerking bevestigd en ingestemd met de wens nog dit jaar tot afronding van het MoU te komen. De Dienst Terugkeer &Vertrek (DT&V) heeft bij brief van 24 september 2013 de gemaakte afspraken schriftelijk bevestigd. Op 29 oktober 2013 heeft een gesprek plaatsgevonden met de nieuwe ambassadeur van Sierra Leone op het hoofdkantoor van de DT&V. Daarbij is onder meer de voortgang inzake het MoU besproken. In de tweede helft van december 2013 zal naar verwachting een vertegenwoordiger van de Sierraleoonse regering naar Nederland komen om de laatste hand te leggen aan het MoU en dit te ondertekenen. Naar het oordeel van de rechtbank kan onder deze omstandigheden niet worden geoordeeld dat het zicht op uitzetting van eiser naar Sierra Leone binnen een redelijke termijn ontbreekt.
3.
Het beroep is derhalve ongegrond. Er is geen grond voor schadevergoeding. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van M.L. Cremers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 december 2013.
griffier rechter
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen 1 week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Raad van State.