ECLI:NL:RBDHA:2013:18617
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting van vreemdelingenbewaring in weekend leidt tot schadevergoeding
Eiseres werd op 21 november 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en vorderde tevens schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat de bewaring onterecht met drie dagen werd voortgezet, doordat organisatorische keuzes van verweerder, waaronder het feit dat vrijlating pas vanuit het detentiecentrum en niet vanuit het aanmeldcentrum plaatsvindt, ervoor zorgden dat eiseres het weekend nog in bewaring bleef.
Hoewel verweerder stelde dat het in het weekend organisatorisch lastig is om de bewaring te beëindigen, vond de rechtbank dit geen rechtvaardiging voor de langere duur van de bewaring. De rechtbank stelde vast dat de maatregel van bewaring uiterlijk op 7 december 2013 had moeten worden opgeheven, maar feitelijk pas op 10 december 2013 werd beëindigd.
De rechtbank veroordeelde de Staat der Nederlanden tot betaling van een schadevergoeding van €240,- aan eiseres en tot vergoeding van de proceskosten van €944,-. De uitspraak werd direct na de zitting op 24 december 2013 uitgesproken en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van €240,- schadevergoeding wegens onrechtmatige voortzetting van vreemdelingenbewaring.