Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[de man], geboren[geboortedatum]
[de vrouw], geboren [geboortedatum],
[naam], geboren [geboortedatum]
Rechtbank Den Haag
Eiser, houder van de status langdurig ingezetene verkregen in Italië, heeft meer dan een jaar rechtmatig verblijf in Nederland en mag op grond van Richtlijn 2003/109/EG vrij arbeid verrichten als zelfstandige en in loondienst. Verweerder verleende echter een verblijfsvergunning met de beperking “arbeid als zelfstandige” nader omschreven als “als restauranthouder” en met de aantekening dat arbeid vrij toegestaan is zonder tewerkstellingsvergunning.
De rechtbank oordeelt dat deze nadere omschrijving een beperking vormt die het nuttig effect van artikel 21 van Pro de richtlijn ondermijnt, omdat eiser hierdoor niet vrij is om andere economische activiteiten te verrichten. Ook de arbeidsaantekening blijkt een beperking te zijn, aangezien eiser niet uitsluitend in loondienst kan werken zonder te voldoen aan de zelfstandige beperking.
Verweerder mocht niet volstaan met het verlengen van de vergunning onder dezelfde beperking en had een vergunning moeten verlenen die vrij arbeid in loondienst en als zelfstandige mogelijk maakt, bijvoorbeeld onder de beperking “het verrichten van arbeid”. Daarnaast is het besluit onvoldoende zorgvuldig genomen door het niet horen van eisers en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen dat richtlijnconform is. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen zonder de onrechtmatige beperkingen op arbeidstoegang.