ECLI:NL:RBDHA:2013:19026

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2013
Publicatiedatum
29 januari 2014
Zaaknummer
C/09/443153 FA RK 13-3803
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en bijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling kinderalimentatie wegens onvoldoende draagkracht

De vrouw verzocht de rechtbank om een kinderalimentatie van €250 per maand vast te stellen ten laste van de man, vermeerderd met eventuele uitkeringen en wettelijke indexering. De man betwistte zijn financiële draagkracht en stelde dat hij niet in staat is om alimentatie te betalen.

Partijen waren gehuwd geweest en hebben een minderjarige uit dit huwelijk. De rechtbank nam kennis van diverse stukken, waaronder verzoek- en verweerschriften en F-formulieren, en hield een zitting waarbij beide partijen met hun advocaten verschenen.

De rechtbank stelde vast dat de man een bijstandsuitkering ontvangt van €1.320 per maand voor hem en zijn nieuwe partner, en dat hij op grond van een zorgindicatie beperkt is in het verrichten van betaald werk. De vrouw had gesteld dat de man zwarte inkomsten geniet en een huis in Irak bezit, maar deze stellingen waren onvoldoende onderbouwd.

Gezien de beperkte financiële draagkracht van de man en het feit dat een bijstandsuitkering niet als inkomen wordt aangemerkt bij de draagkrachtbepaling, wees de rechtbank het verzoek tot kinderalimentatie af. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.

Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie werd afgewezen wegens onvoldoende financiële draagkracht van de man.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 13-3803
Zaaknummer: C/09/443153
Datum beschikking: 18 december 2013

Alimentatie

Beschikking op het op 21 mei 2013 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,
wonende op een geheim adres,
advocaat: mr. C.R.D. Kommer te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,
wonende te [woonplaats man],
advocaat: mr. N.M.G. Brouwers te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift;
  • het F-formulier d.d. 23 oktober 2013, met bijlagen, van de zijde van de man;
  • de brief d.d. 1 november 2013, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
  • het F-formulier d.d. 5 november 2013, met bijlage, van de zijde van de man.
Op 11 november 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw en de man vergezeld van hun advocaat.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe de kinderalimentatie op € 250,00 per maand te bepalen, vermeerderd met iedere uitkering die hem op grond van geldende wetten of andere regelingen voor na te melden minderjarige zal of kan worden verleend en met de wettelijke jaarlijkse indexering, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad,
De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken en concludeert
primairtot afwijzing van het verzoek,
subsidiairtot nihilstelling van de door de man te betalen kinderalimentatie, althans op een zodanig bedrag als de rechtbank juist acht, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum huwelijk] tot [datum echtscheiding].
  • Uit dit huwelijk is de minderjarige,[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].
  • Bij beschikking d.d. [datum] 2007 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – de echtscheiding uitgesproken en het verzoek van de vrouw tot vaststelling van kinder- en partneralimentatie afgewezen in verband aan een gebrek aan financiële draagkracht aan de zijde van de man.
  • De minderjarige heeft het hoofdverblijf bij de vrouw.

Beoordeling

Kinderalimentatie
De vrouw heeft de rechtbank verzocht een door de man te betalen kinderalimentatie vast te stellen van € 250,00 per maand. Hoewel de man erkent dat de minderjarige behoefte heeft aan een onderhoudsbijdrage, betwist hij dat hij over (voldoende) financiële draagkracht beschikt om enige bijdrage te kunnen voldoen.
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van de vrouw dient te worden afgewezen, nu de man voldoende heeft onderbouwd dat hij niet over financiële draagkracht beschikt. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.
Niet in geschil is dat de man een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb), zijnde voor hem en zijn nieuwe partner € 1.320,00 per maand, inclusief vakantiegeld.
De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van de vrouw dat bij de bepaling van de draagkracht van de man in aanmerking moet worden genomen dat hij zwarte inkomsten geniet, alsook dat hij een huis in Irak heeft. In het licht van de gemotiveerde betwisting door de man heeft de vrouw haar stelling niet, dan wel onvoldoende, onderbouwd.
De rechtbank neemt in aanmerking dat uit de door de man overgelegde brief van de gemeente [gemeente] met betrekking tot zijn Wwb-uitkering en de zorgindicatie CIZ blijkt, dat hij is vrijgesteld van een aantal arbeidsverplichtingen. Dit betekent dat de man beperkt is in het vinden en verrichten van betaald werk.
Uitgaande van de bijstandsuitkering beschikt de man over onvoldoende financiële draagkracht om kinderalimentatie te betalen.
De rechtbank gaat hierbij voorbij aan de stelling van de vrouw dat er conform de op dit moment geldende rapport alimentatienormen in ieder geval een minimumbijdrage dient te worden vastgesteld. Een bijstandsuitkering wordt namelijk bij de bepaling van de financiële draagkracht van een onderhoudsplichtige niet aangemerkt als inkomen, nu deze uitkering afkomstig is uit collectieve middelen.
Proceskosten
In het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek van de vrouw tot vaststelling van kinderalimentatie;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Paridon in tegenwoordigheid van
mr. R.A. Smit-Venema als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2013.