ECLI:NL:RBDHA:2013:19212
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen legesheffing voor verblijfsvergunning EG-langdurig ingezetene in strijd met unierechtelijk evenredigheidsbeginsel
Eiser diende op 22 december 2010 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd met de aantekening “EG-langdurig ingezetene” en betaalde daarvoor leges van €401. Verweerder wees het bezwaar tegen de hoogte van deze leges af, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank toetste het besluit aan het unierecht en de Vreemdelingenwet 2000.
Het Hof van Justitie van de EU oordeelde op 26 april 2012 dat de Nederlandse legesheffing voor langdurig ingezeten derdelanders in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het nuttig effect van de Richtlijn ondermijnt. Naar aanleiding hiervan verlaagde de minister het legestarief naar €130 met terugwerkende kracht tot 26 april 2012, maar deze wijziging was niet van kracht ten tijde van eisers aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat de oorspronkelijke legesheffing van €401 onrechtmatig is en vernietigt het besluit van 21 maart 2011. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en wordt veroordeeld in de proceskosten van €944 en het griffierecht van €152 aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot legesheffing van €401 wordt vernietigd.