ECLI:NL:RBDHA:2013:19226
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit zorgtoeslag wegens onterechte weigering zorgverzekering studerende echtgenote
Eiser maakte bezwaar tegen de definitieve vaststelling van de zorgtoeslag over 2009, waarbij de Belastingdienst voor de maanden juli, augustus en december geen recht op zorgtoeslag toekende omdat de echtgenote volgens verweerder als toeslagpartner verplicht was een zorgverzekering af te sluiten.
De echtgenote verbleef in Nederland op grond van een verblijfsvergunning voor studieredenen en was via een speciale studentenpolis verzekerd, maar kon geen basisverzekering afsluiten vanwege haar verblijfsstatus. De rechtbank stelt vast dat zij daardoor niet verzekerd was krachtens de Zorgverzekeringswet, wat betekent dat eiser recht heeft op zorgtoeslag voor de betreffende maanden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens gebrek aan feitelijke grondslag, verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt dat het inkomen van de echtgenote uit arbeid van bijkomende aard binnen de verblijfsvergunning niet leidt tot verzekeringsplicht en dat de beperking van de kring van verzekerden op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 van toepassing is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van de zorgtoeslag wordt vernietigd.