ECLI:NL:RBDHA:2013:19227

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2013
Publicatiedatum
13 maart 2014
Zaaknummer
13/6780
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wet op de zorgtoeslagArt. 5 Algemene Wet Bijzondere ZiektekostenArt. 20 Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999Artikel 14 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing zorgtoeslag wegens verblijf studieredenen

Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst om voor het jaar 2010 de zorgtoeslag definitief op nihil vast te stellen, omdat zijn echtgenote geen zorgverzekering had afgesloten. De echtgenote verbleef in Nederland op basis van een verblijfsvergunning voor studieredenen en viel daardoor onder de beperking van de kring van verzekerden volgens het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.

De rechtbank stelde vast dat de echtgenote niet verplicht was een zorgverzekering af te sluiten omdat zij niet verzekerd was voor de volksverzekeringen. Dit volgde uit haar verblijfsstatus en het feit dat zij geen basisverzekering kon afsluiten. Het inkomen dat zij ontving was beperkt tot arbeid van bijkomende aard binnen de kaders van haar verblijfsvergunning.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de Belastingdienst op een nieuwe beslissing te nemen waarbij de zorgtoeslag voor de maanden in geschil wordt vastgesteld op 50% van het berekende bedrag. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken vanwege samenhang met een andere zaak.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot nieuwe beslissing waarbij zorgtoeslag wordt toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 13/6780
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2013 in de zaak tussen
[X], wonende te [Z], eiser
en

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij beschikking van 4 juni 2012 de definitieve berekening zorgtoeslag voor het berekeningjaar 2010 vastgesteld op nihil. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij beslissing op bezwaar van 15 juli 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder aangegeven dat het bezwaar ongegrond wordt verklaard. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 november 2013 te Den Haag.
Eiser is daar in persoon verschenen, tot bijstand vergezeld van zijn echtgenote [Y]. Namens verweerder is verschenen [A].
Overwegingen
Feiten
1.
Bij beschikking met dagtekening 24 december 2009 is aan eiser voor het berekeningsjaar 2010 een voorschot zorgtoeslag toegekend van € 735.
2.
Bij beschikking met dagtekening 4 juni 2012 is de zorgtoeslag definitief vastgesteld op nihil en is het teveel uitbetaalde voorschot teruggevorderd. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt.
3.
Bij beslissing op bezwaar van 15 juli 2013 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Hiertegen heeft eiser bij brief van 15 augustus 2013 beroep ingesteld.
4.
[Y], thans eisers echtgenote, (de echtgenote) beschikte tot 12 september 2011 over een regulier verblijfsdocument voor bepaalde tijd met de aantekening:
“Studie aan HBO te Den Haag. Arbeid niet toegestaan muv arbeid van bijkomende aard. TWV vereist. Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht”.
5.
Tot 12 september 2011 was de echtgenote verzekerd via een zogeheten "Insurance Passport for Students"-polis bij Europeesche Verzekeringen Maatschappij. Blijkens de door eiser overgelegde verzekeringsbescheiden betreft het de "Primary"-variant van de IPS-polis.
Geschil
6.
In geschil is het besluit van verweerder dat eiser in 2010 geen recht op zorgtoeslag heeft. Meer in het bijzonder is in geschil de vraag of de echtgenote van eiser ten onrechte geen verzekering krachtens de Zorgverzekeringswet heeft afgesloten.
7.
Eiser is van mening dat zijn echtgenote geen zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet af kon sluiten en dat er dus geen sprake was van ten onrechte niet verzekerd zijn. Voorts is eiser van mening dat de echtgenote ten onrechte als toeslagpartner is aangemerkt. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van de uitspraak op bezwaar.
8.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat de echtgenote toeslagpartner is en verplicht was om een zorgverzekering af te sluiten omdat zij ingezetene van Nederland was, inkomen uit arbeid genoot en daarom ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Algemene wet bijzondere ziektekosten als verzekerde moet worden aangemerkt. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
Beoordeling van het geschil
9.
De rechtbank kan verweerder volgen in het standpunt dat de echtgenote voor het gehele jaar als toeslagpartner moet worden aangemerkt. De door eiser aangevoerde omstandigheden kunnen daar niet aan afdoen.
10.
De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsplicht ingevolge de Zorgverzekeringswet (ZVW) aansluit bij de verzekering ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
11.
Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de AWBZ is voor die wet verzekerd degene die ingezetene is en degene die geen ingezetene is maar die ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
12.
In artikel 20 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 staat dat niet verzekerd zijn op grond van de volksverzekeringen:
a. de persoon die uitsluitend wegens studieredenen in Nederland woont en jonger is dan 30 jaar; en
b. de vreemdeling die een geaccrediteerde opleiding aan een hogere onderwijsinstelling in Nederland heeft afgerond, en die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 op grond waarvan verblijf is toegestaan uitsluitend voor het zoeken naar werk.
13.
Gezien het doel van de verblijfsvergunning van de echtgenote oordeelt de rechtbank als volgt. Zoals blijkt uit de tekst van de verblijfsvergunning verbleef de echtgenote in Nederland omdat ze een studie volgde aan de Hogeschool te Den Haag. Nu zij wegens studieredenen in Nederland woont valt zij onder de beperking van de kring verzekerden voor de volksverzekeringen, hetgeen betekent dat zij niet verzekerd is voor de volksverzekeringen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de echtgenote op basis van haar verblijfsdocument ook niet in staat is gebleken een zogenoemde basisverzekering af te sluiten. Dat werd haar geweigerd omdat ze niet over de juiste verblijfstitel beschikte.
14.
Dat de echtgenote ook vanwege haar huwelijk een bestaan in Nederland heeft opgebouwd doet niet af aan de tekst van de verblijfsvergunning waaruit blijkt dat zij in Nederland woont wegens studieredenen. Het inkomen waarop verweerder zijn standpunt mede heeft gebaseerd is ontvangen voor het, binnen de kaders van de verblijfvergunning, verrichten van arbeid van bijkomende aard. Nu de echtgenote in de periode hier van belang niet ten onrechte niet verzekerd is ingevolge de Zorgverzekeringswet dient de zorgtoeslag van eiser op grond van artikel 2, vierde lid van de Wet op de zorgtoeslag voor de maanden in geding te worden vastgesteld op 50 procent van het op grond van artikel 2, eerste lid van die wet berekende bedrag.
15.
Het bestreden besluit komt wegens het ontbreken van voldoende feitelijke grondslag voor vernietiging in aanmerking. Het beroep dient dan ook gegrond te worden verklaard.
Proceskosten
16.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling nu de kosten van eiser die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen, al zijn vergoed in de zaak met zaaknummer 13/6779. Vergoeding van griffierecht is evenmin aan de orde omdat vanwege de samenhang met 13/6779 voor deze zaak geen griffierecht is geheven.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Batelaan-Boomsma, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J. de Jong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 december 2013.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. (Nadere informatie www.raadvanstate.nl)
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1.
bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2.
het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep