ECLI:NL:RBDHA:2013:19306
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek rechter in civiele gezags- en vaderschapszaken
In deze civiele zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter in procedures betreffende gezag over een minderjarige en ontkenning van vaderschap. Verzoeker stelde dat de rechter niet onafhankelijk was vanwege een mondelinge klacht die achter zijn rug om was ingediend. De rechter ontkende dat er sprake was van een klacht en gaf uitleg over een melding van een voorval tijdens een zitting.
Tijdens de zitting van de wrakingskamer op 25 november 2013 verschenen verzoeker, verzoekster, belanghebbende 1 en diens advocaat. De bijzonder curator van de minderjarige belanghebbenden was afwezig. De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker persoonlijk niet-ontvankelijk was omdat hij geen partij was in de hoofdzaken. Voor zover het verzoek mede door verzoekster was gedaan, werd overwogen dat geen zwaarwegende aanwijzingen voor gebrek aan onpartijdigheid van de rechter bestonden.
Daarnaast werden nieuwe gronden die pas ter zitting werden ingebracht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening. De wrakingskamer wees het wrakingsverzoek voor zover het de melding van de rechter betrof af en verklaarde het overige verzoek niet-ontvankelijk. Het proces in de hoofdzaken werd voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen en verzoeker niet-ontvankelijk verklaard, proces wordt voortgezet.