ECLI:NL:RBDHA:2013:19453
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die op 8 oktober 2013 de zitting leidde. Verzoeker stelde dat de rechter te nauw betrokken was bij een door het college van burgemeester en wethouders verkeerd ingezette rechtsgang en daardoor niet onpartijdig kon zijn. De wrakingskamer heeft het verzoek op 28 oktober 2013 behandeld, waarbij verzoeker zijn standpunten toelichtte en de rechter niet aanwezig was.
De wrakingskamer heeft het proces-verbaal van de zitting van 8 oktober 2013 bestudeerd en vastgesteld dat de rechter het procesverloop aan de hand van stukken schetste en verzoeker de mogelijkheid bood om zijn standpunt nader toe te lichten. De kamer oordeelde dat het verschil van inzicht over de procesgang niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechter.
De wrakingskamer benadrukte het uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn. De feiten en omstandigheden die verzoeker aanvoerde, boden geen grond om aan te nemen dat de rechter niet onpartijdig was of dat de schijn van partijdigheid bestond. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de bestuursrechtelijke procedure wordt voortgezet.