ECLI:NL:RBDHA:2013:19454
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in belastingzaak wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die meerdere belastingzaken, waaronder die van verzoeker en medeverzoekers, op dezelfde zitting wilde behandelen. Verzoeker stelde dat dit de schijn van vooringenomenheid wekte en dat de zaken inhoudelijk niet samenhangen, waardoor onaanvaardbare samenvoeging plaatsvond.
De rechter gaf aan dat de gezamenlijke agendering een organisatorische beslissing was en dat er geen sprake was van partijdigheid of schijn daarvan. De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen. De agendering op hetzelfde tijdstip is een procesrechtelijke maatregel en vormt op zichzelf geen grond voor wraking.
Verzoeker bracht ook bezwaren in verband met een zitting van het Gerechtshof, maar de wrakingskamer verklaarde zich hiervoor onbevoegd. Het wrakingsverzoek werd afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens onvoldoende gronden voor partijdigheid.