ECLI:NL:RBDHA:2013:19657

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 oktober 2013
Publicatiedatum
11 februari 2015
Zaaknummer
C-09-447169
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:413 BWArt. 1:417 BWArt. 3 RvArt. 263 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verklaring rechtsvermoeden van overlijden na langdurige vermissing

Verzoekster, echtgenote van de vermiste, verzocht de rechtbank om een verklaring van rechtsvermoeden van overlijden uit te spreken omdat de vermiste sinds 4 juli 2008 spoorloos is. Na diverse pogingen tot opsporing, waaronder internationale opsporingsberichten en mediacampagnes, bleef het levensteken uit.

De rechtbank oordeelde dat hoewel de situatie onzeker is, de omstandigheden nog niet zodanig zijn dat het overlijden waarschijnlijk is. Echter, nu de wettelijk vereiste termijn van vijf jaar is verstreken, acht de rechtbank het verzoek gegrond en vatbaar voor toewijzing.

De rechtbank beveelt daarom de oproeping van de vermiste bij advertentie in Nederland en Duitsland, met een termijn van een maand om zijn leven te bewijzen. Verdere beslissing wordt aangehouden in afwachting van het resultaat van deze oproeping.

Uitkomst: De rechtbank beveelt oproeping van de vermiste en verklaart het verzoek tot rechtsvermoeden van overlijden voorlopig toewijsbaar.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 13-5568
Zaaknummer: C/09/447169
Datum beschikking: 14 oktober 2013

Verklaring rechtsvermoeden van overlijden

Beschikking op het op 18 juli 2013 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster],

verzoekster,
wonende te [woonplaats], Duitsland,
advocaat mr. drs. F. Beenhakker te Groningen.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de schriftelijke conclusie van de officier van justitie d.d. 28 augustus 2013 die strekt tot inwilliging van het verzochte.

Verzoek

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank zal gelasten[de vermiste], geboren op [geboortedatum]te [geboorteplaats], (hierna te noemen: de vermiste) op te roepen teneinde van zijn in leven zijn te doen blijken, en, zo hiervan niet blijkt, zal verklaren dat er rechtsvermoeden van overlijden van de vermiste bestaat, alsmede te bepalen dat de termijn waarop de oproep loopt niet langer zal zijn dan een maand en dat de kosten die verzoekster op grond van artikel 1:413 Burgerlijk Pro Wetboek heeft gemaakt ten laste van het vermogen van de vermiste worden gebracht.

Feiten

  • Verzoekster is de echtgenote van de vermiste.
  • Op 28 juni 2008 heeft de vermiste de woning te [woonplaats], waar hij met zijn vrouw en minderjarige kinderen woonde, verlaten.
  • Op 4 juli 2008 heeft de vermiste telefonisch contact gehad met zijn vader, met
de mededeling dat hij door Roemenen zou zijn meegenomen naar Roemenië. Na 4 juli 2008 is niets meer van de vermiste vernomen.
- Op 5 december 2008 is een internationaal opsporingsbericht uitgegaan met
betrekking tot de vermiste.
  • Op 3 februari 2009 is de auto van vermiste aangetroffen in[plaats] (Duitsland).
  • Verzoekster heeft via verschillende instanties, waaronder het Ministerie
van Buitenlandse Zaken en het Rode Kruis, alsmede via televisieprogramma’s geprobeerd de vermiste te traceren.
  • Verzoekster en de vermiste hebben de Nederlandse nationaliteit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 30 januari 2012 heeft de rechtbank eenzelfde verzoek van verzoekster afgewezen. De rechtbank heeft daartoe, voor zover van belang, als volgt overwogen

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De rechtbank is van oordeel dat de zaak, mede gelet op de nationaliteit van verzoekster en de vermiste, voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer heeft, zodat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 Wetboek Pro van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) bevoegd is van de voorliggende verzoeken kennis te nemen. Nu geen sprake is van een verlaten woonplaats in Nederland is op grond van artikel 1:417 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) juncto artikel 263 Rv Pro de rechtbank te Den Haag bevoegd. De rechtbank past bij gebrek aan nadere conflictregels het Nederlandse recht toe.
Inhoudelijke beoordeling
Artikel 1:413 lid 1 BW Pro bepaalt dat, indien het bestaan van een persoon onzeker is en de in lid 2 aangegeven tijdruimte is verlopen, belanghebbenden de rechtbank kunnen verzoeken dat zij hun zal gelasten de vermiste op te roepen teneinde van zijn in leven zijn te doen blijken, en dat zij, zo hiervan niet blijkt, zal verklaren dat er rechtsvermoeden van overlijden van de vermiste bestaat.
Gelet op de feiten en omstandigheden zoals door verzoekster in het verzoekschrift aangevoerd en met stukken onderbouwd, is de rechtbank van oordeel dat het bestaan van de vermiste, waarvan sedert 4 juli 2008 ieder spoor ontbreekt, onzeker is. Thans is de in artikel 1:413 lid 2 BW Pro aangegeven tijdruimte van vijf jaar verstreken.
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek op de wet gegrond en – vooralsnog, in afwachting van het resultaat van de wettelijk voorgeschreven oproeping van de vermiste – voor toewijzing vatbaar is.

Beslissing

De rechtbank:
beveelt verzoekster de vermiste bij advertentie op te roepen met inachtneming van een termijn van een maand om te verschijnen ter terechtzitting van deze rechtbank van
27 januari 2014 te 10.20 uur, teneinde van zijn in leven zijn te doen blijken;
bepaalt dat de advertenties volgens aangehecht model tijdig zullen worden geplaatst in een in Nederland en in een in Duitsland landelijk verschijnend dagblad alsmede in de Nederlandse Staatscourant en dat verzoekster tot bewijs van de oproepingen een exemplaar van voormelde dagbladen en van de Nederlandse Staatscourant waarin de vermiste is opgeroepen, zal dienen over te leggen tegen het tijdstip van de nadere terechtzitting;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Brakel, I.D. Bellaart en S.M. Westerhuis-Evers, bijgestaan door mr. M. Pereira Horta-van Dijk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2013.
Oproep
De rechtbank te Den Haag heeft de oproeping bevolen van de vermiste:
naam: [de vermiste],
geboren: [geboortedatum] te [geboorteplaats],
laatst bekend adres: [adres], Duitsland
ter terechtzitting van deze rechtbank, op: 27 januari 2014 te 10.20 uur,
in verband met een ingediend verzoekschrift tot het verkrijgen van een verklaring dat er rechtsvermoeden van overlijden van de vermiste bestaat.
Voor inlichtingen: mr. drs. F. Beenhakker, tel.nr. (0031)50-3110441, info@kapbeenhakker.nl