ECLI:NL:RBDHA:2013:19698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Sipkens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit legesheffing langdurig ingezetene wegens onvoldoende motivering en hoorplicht
Aan eiseres en haar kinderen zijn verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd verleend, waarbij leges werden geheven. Eisers stelden dat deze leges ten onrechte of te hoog waren geheven. Verweerder erkende ter zitting dat voor twee van de drie vergunningen geen leges geheven hadden mogen worden en dat voor de derde een vermindering van de leges op zijn plaats was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet zonder meer kon afzien van het horen van eiser, omdat er een juridisch dispuut bestond over de legesheffing. Het bezwaar was niet kennelijk ongegrond en er was geen uitgemaakte zaak. Verweerder had onvoldoende onderbouwd waarom de hoorplicht niet zou gelden.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder het besluit niet partieel in stand kon laten omdat het ter zitting ingenomen standpunt niet overeenkwam met het eerdere besluit en de motivering. Verweerder had geen nieuw besluit genomen, geen schriftelijke onderbouwing gegeven en kon ter zitting geen gedetailleerde vragen beantwoorden, waardoor een goede procesvoorbereiding werd belemmerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot legesheffing wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.