ECLI:NL:RBDHA:2013:19701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.B. van Gijn
- A.J. van Putten
- H.T. Masmeyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verhalen verblijfskosten op vervoersonderneming bij uitzetting vreemdeling
Eiseres, een vervoersonderneming, werd door verweerder, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, aangeslagen voor kosten die verband houden met de uitzetting van een vreemdeling. Het geschil betrof met name de verblijfskosten in de periode van 11 oktober 2010 tot 8 april 2011.
De rechtbank stelde vast dat na de indiening van een asielaanvraag door de vreemdeling de aansprakelijkheid van eiseres voor verblijfskosten was opgeschort totdat een nieuwe aanwijzing tot terugvervoer werd gegeven. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat vóór 15 maart 2011 een dergelijke aanwijzing was gegeven, waardoor de aansprakelijkheid voor die periode niet bestond.
Ook voor de periode van 15 maart 2011 tot 8 april 2011 oordeelde de rechtbank dat de kosten onterecht aan eiseres waren toegerekend, omdat het faxbericht van 15 maart 2011 aangaf dat de vlucht pas na 10 april 2011 geboekt kon worden vanwege de beschikbaarheid van escorts, waar eiseres geen invloed op had.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, vergoedde het betaalde griffierecht en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de vervoersonderneming is gegrond verklaard en het besluit tot verhalen van verblijfskosten is vernietigd.