ECLI:NL:RBDHA:2013:19703
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum verblijfsvergunning en beoordeling legesbedrag langdurig ingezetenen
Eisers, van Egyptische nationaliteit, hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als langdurig ingezetenen. Verweerder wees de aanvraag aanvankelijk af, maar verklaarde later het bezwaar gegrond en verleende een verblijfsvergunning met een onjuiste ingangsdatum van 10 oktober 2012 in plaats van de aanvraagdatum 12 november 2009. De rechtbank oordeelt dat deze ingangsdatum onjuist is en stelt deze vast op de datum van aanvraag.
Daarnaast werd het legesbedrag van €210 per persoon door verweerder verlaagd naar €130 naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie dat het oude bedrag in strijd achtte met Richtlijn 2003/109/EG. Eisers voerden aan dat ook het nieuwe bedrag strijdig is, onder meer omdat het meer dan twee derde hoger zou zijn dan leges voor EU-burgers. De rechtbank volgt dit standpunt niet en acht het bedrag niet in strijd met de richtlijn, mede omdat het Hof geen specifieke grens heeft gesteld en het bedrag in lijn is met het gemiddelde in andere EU-lidstaten.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit voor zover het de ingangsdatum betreft, stelt de ingangsdatum vast op 12 november 2009, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank stelt de ingangsdatum van de verblijfsvergunningen vast op 12 november 2009 en oordeelt dat het legesbedrag van €130 niet in strijd is met Richtlijn 2003/109/EG.