ECLI:NL:RBDHA:2013:19707
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende toepassing hardheidsclausule
Eiser, van Somalische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om bij zijn echtgenote en vier minderjarige kinderen in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige mvv en het niet voldoen aan vrijstellingscriteria, waarna bezwaar en beroep volgden.
De rechtbank constateerde dat het gezinsleven tussen eiser en zijn gezin onder artikel 8 EVRM Pro valt, maar dat verweerder een ruime beoordelingsmarge heeft bij het toelatingsbeleid. Eiser stelde dat er sprake was van een objectieve belemmering voor zijn gezin om zich bij hem in Italië te voegen, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. Wel was sprake van misslagen door verweerder, waaronder het onterecht verstrekken van een verblijfsdocument aan eiser.
Gelet op de uitzonderlijke situatie waarin de gezinsleden in Nederland een status hebben en eiser in Italië verblijft, en het feit dat niet vaststaat dat Italië verblijf aan de gezinsleden zal toestaan, oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de hardheidsclausule niet werd toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de hardheidsclausule.