ECLI:NL:RBDHA:2013:19712
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning Kinderpardonregeling wegens leeftijdscriterium en contra-indicatie
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van de Overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen (Kinderpardonregeling), maar deze is afgewezen omdat hij op de peildatum 29 jaar was en daarmee niet aan het leeftijdscriterium voldeed. Daarnaast is sprake van een contra-indicatie vanwege een strafblad met meerdere veroordelingen.
Verzoeker betoogde dat hij al bijna 15 jaar in Nederland verblijft, een partner en drie jonge kinderen heeft en dat de strafbare feiten te zwaar worden gewogen. Hij stelde dat verweerder op grond van bijzondere omstandigheden van het beleid had moeten afwijken. De voorzieningenrechter oordeelde dat de Kinderpardonregeling een begunstigend beleid betreft met een strikte leeftijdsgrens van 21 jaar, waar slechts in uitzonderlijke gevallen van kan worden afgeweken.
De voorzieningenrechter vond de omstandigheden van verzoeker niet zodanig bijzonder dat een uitzondering gerechtvaardigd was. Ook de contra-indicatie wegens strafrechtelijke veroordelingen werd bevestigd, hoewel verweerder de motivering in bezwaar nog nader moest onderbouwen. Gelet op het voorlopige karakter van de uitspraak werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, waarbij verzoeker werd gewezen op de mogelijkheid om in bezwaar het gezinsleven nader te onderbouwen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker niet aan het leeftijdscriterium voldoet en er sprake is van een contra-indicatie.