ECLI:NL:RBDHA:2013:6941

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2013
Publicatiedatum
23 juni 2013
Zaaknummer
C-09-442720 - 13-1208
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot benoeming bijzonder curator voor minderjarige

De moeder van een minderjarige heeft bij de rechtbank Den Haag verzocht om de benoeming van een bijzonder curator voor haar kind, omdat zij bezorgd is over de situatie waarin het kind bij de vader verblijft, terwijl het kind zelf liever bij de moeder zou wonen. De moeder vreest dat de belangen van het kind niet voldoende worden behartigd.

De vader en Bureau Jeugdzorg verzetten zich tegen dit verzoek. De vader stelt dat de moeder de situatie gebruikt om strijd te voeren en dat de gezinsvoogd haar taak naar behoren vervult. Bureau Jeugdzorg benadrukt dat een bijzonder curator de situatie alleen maar zou compliceren en het kind extra zou belasten, terwijl het kind al begeleiding krijgt via een coach en vertrouwenspersoon.

De kinderrechter overweegt dat een bijzonder curator alleen benoemd kan worden als er een belangenconflict bestaat tussen de minderjarige en de gezaghebbende ouder(s) of voogd. Uit de stukken en de zitting blijkt dat er geen conflict is tussen Bureau Jeugdzorg en de minderjarige, maar eerder een conflict tussen de ouders. De kinderrechter acht Bureau Jeugdzorg in staat de belangen van het kind voldoende te waarborgen.

Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot benoeming van een bijzonder curator af. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van een bijzonder curator wordt afgewezen omdat geen belangenconflict met Bureau Jeugdzorg is vastgesteld.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Kinderrechter
Rekestnummer: 13-1208
Zaaknummer: C/09/442720
Datum beschikking: 21 mei 2013

Afwijzing benoeming bijzonder curator ex artikel 1:250 Burgerlijk Pro Wetboek

Beschikking op het op 14 mei 2013 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker],

de moeder van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. L.J.A. Sprenger te Leiden.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland en

[belanghebbende],

de vader van de minderjarige voornoemd,
wonende te Noordwijk,
advocaat: mr. E.H. de Milliano-Machielse te Katwijk ZH,
De minderjarige verblijft feitelijk bij de vader.

Procedure

De kinderrechter heeft kennis genomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen.
Op 21 mei 2013 is de zaak ter terechtzitting van de rechtbank met gesloten deuren behandeld.
Ter terechtzitting zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. L.J.A. Sprenger;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat, mr. E.H. de Milliano-Machielse.
De minderjarige is op 21 mei 2013 in raadkamer gehoord.

Feiten

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 23 april 2013 de ondertoezichtstelling van de minderjarige voornoemd verlengd van 27 april 2013 tot 27 april 2014.

Verzoek

Het verzoek strekt tot benoeming van een bijzonder curator over voornoemde minderjarige.

Beoordeling

Mr. Sprenger heeft namens de moeder aangevoerd dat het in het belang is van de minderjarige dat een bijzonder curator de belangen van de minderjarige behartigt. De moeder maakt zich zorgen nu de minderjarige bij de vader verblijft, terwijl de minderjarige er zelf de voorkeur aan geeft om bij de moeder te wonen. De advocaat ziet daarin toch een probleem voor Bureau Jeugdzorg.
Mr. de Milliano-Machielse heeft namens de vader overeenkomstig haar pleitnota gepleit en overeenkomstig het volgende aangevuld. De moeder grijpt alles aan om de strijd tegen de vader te voeren en handelt hiermee in strijd met de belangen van de minderjarigen. De gezinsvoogd is nu juist mede aangesteld om te voorkomen dat de minderjarige(n) knel komen te zitten door deze strijd en voert haar taak goed uit.
De vader heeft meegedeeld dat hij er niets aan toe te voegen heeft.
De moeder heeft meegedeeld dat de vader zijn best doet, maar dat zij denkt dat de vader het niet kan.
[mevrouw A] heeft namens Bureau Jeugdzorg verklaard dat zij het afgelopen jaar de gezinvoogd is geweest en dat de huidige gezinsvoogd er nu niet bij kon zijn. Zij heeft zich verbaasd over het verzoek nu dit verzoek er weer voor zorgt dat de minderjarige extra wordt belast en weer tussen de ouders heen en weer wordt geslingerd. Het verzoek voegt haar inziens niets toe aan de huidige situatie waar de minderjarige al een coach en een vertrouwenspersoon heeft bij het Curium. Een bijzonder curator zal de zaak onnodig ingewikkeld maken, maar mocht de kinderrechter toewijzend beslissen dan legt Bureau Jeugdzorg zich daarbij neer.
De kinderrechter overweegt het volgende:
Een bijzonder curator kan ingevolge artikel 1:250 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) worden benoemd wanneer in aangelegenheden betreffende diens verzorging en opvoeding, dan wel het vermogen van de minderjarige, de belangen van de met het gezag belaste ouder(s) of voogd in strijd zijn met die van de minderjarige en de kinderrechter de benoeming in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking genomen.
Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen is de kinderrechter van oordeel dat van een belangenstrijd tussen Bureau Jeugdzorg en de minderjarige geen sprake is. Veeleer lijkt hier sprake te zijn van een belangenstrijd tussen enerzijds de moeder en anderzijds de vader. Naar het oordeel van de kinderrechter is er geen reden om eraan te twijfelen dat Bureau Jeugdzorg in staat is de belangen van de minderjarige voldoende te waarborgen.

Beslissing

De kinderrechter:
wijst af het verzoek van de moeder tot benoeming van een bijzonder curator ex artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2013, in tegenwoordigheid van mr. Y.D. David als griffier.
Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen
drie maandenna de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.