ECLI:NL:RBDHA:2013:8587

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juni 2013
Publicatiedatum
16 juli 2013
Zaaknummer
2054024/13-12875
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:17 AwbArt. 4:98 AwbArt. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing dwangsombeschikking wegens te late beslissing op aanvraag

Eiser heeft een vordering ingesteld tegen de Staat der Nederlanden, meer specifiek het Ministerie van Veiligheid en Justitie, vanwege het niet tijdig beslissen op een aanvraag in de zin van artikel 4:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De gedaagde partij is niet verschenen en heeft niet gereageerd, waarna verstek is verleend. De kantonrechter beoordeelt de vordering als gegrond en niet onrechtmatig, en wijst deze toe.

De Staat wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsombedrag van €1.488,69, vermeerderd met wettelijke rente over twee bedragen vanaf verschillende data, en in de kosten van het geding. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2013.

Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsombedrag met rente en proceskosten wegens te late besluitvorming.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team kanton Den Haag
W
Zaaknummer: 2054024/13-12875

Vonnis in de zaak van:

[eiser]
eisende partij
tegen
De Staat der Nederlanden (Het Ministerie van Veiligheid en Justitie; meer in het bijzonder: Centrale Verwerking Openbaar Ministerie)
gedaagde partij

Verloop van de procedure

Eisende partij heeft gevorderd zoals beschreven in de dagvaarding, waarvan een gewaarmerkt afschrift aan dit vonnis is gehecht en waarnaar wordt verwezen voor wat betreft de namen en woonplaatsen van partijen en de namen van gemachtigde(n). Gedaagde partij is daarop niet verschenen en heeft ook anderszins niet gereageerd. De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen. Tegen gedaagde partij is daarom verstek verleend.

Beoordeling van het geschil

De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze bij verstek wordt toegewezen als hierna te vermelden.

Beslissing

De kantonrechter,
1.
veroordeelt gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting aan de eisende partij te betalen de som van € 1.488,69 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 december 2012 over € 1.260,00 ex artikel 4:98Awb en vanaf de dag der dagvaarding over € 228,69 ex 6:119BW tot de dag der voldoening;
2.
veroordeelt gedaagde partij in de kosten van het geding, tot hiertoe aan de zijde van de eisende partij vastgesteld op € 455,82, waaronder € 150,00 als vergoeding voor de gemachtigde van de eisende partij;
3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. C.W.D. Bom en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2013 in bijzijn van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,