ECLI:NL:RBDHA:2013:8683
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking vervoersvoorziening Canta na opleiding
Verzoeker had in 2008 een vervoersvoorziening in de vorm van een Canta in bruikleen gekregen vanwege het volgen van een opleiding binnen een re-integratietraject. Na het voltooien van deze opleiding op 30 januari 2009 heeft verzoeker geen activiteiten verricht die het voortzetten van deze voorziening rechtvaardigen op grond van artikel 35 van Pro de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
Het UWV besloot daarom op 22 mei 2013 de voorziening in te trekken en verzocht Welzorg de Canta in te nemen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om hem tijd te geven een oplossing te zoeken. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat er geen aanleiding was om de voorlopige voorziening toe te kennen, mede omdat alternatieve vervoersmiddelen beschikbaar zijn en een overgangstermijn van vier weken is verstreken.
Verder werd geoordeeld dat het ontbreken van een einddatum in de oorspronkelijke toekenning niet betekent dat de voorziening onbeperkt kan worden voortgezet. Verzoekers stelling dat het UWV niet bevoegd is tot inname omdat de bruikleenovereenkomst met Welzorg is gesloten, werd verworpen. De voorzieningenrechter achtte het verzoek om schorsing ongegrond en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het intrekken van de vervoersvoorziening Canta wordt afgewezen.