De veroordeelde is bij arrest van het Gerechtshof Den Haag veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij valse sleutels zijn gebruikt om toegang te verkrijgen en goederen weg te nemen. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk geschat op €321.000, later gewijzigd naar €144.105.
De rechtbank heeft de vordering beoordeeld aan de hand van de bewezenverklaring en het dossier. Het taxatierapport over de waarde van de horloges, voornamelijk collector’s items, werd door de verdediging bestreden vanwege het ontbreken van een onafhankelijke bron en onjuiste waardebepaling. De rechtbank oordeelde dat de vervangingswaarde niet representatief is voor de waarde in het helingscircuit en dat onvoldoende informatie aanwezig is om deze waarde te bepalen, waardoor dit deel van de vordering werd afgewezen.
Voor de overige horloges en contant geld achtte de rechtbank de schattingen van het wederrechtelijk verkregen voordeel aannemelijk. Het totaal werd vastgesteld op €38.505,00, waarvan de veroordeelde de helft moet betalen. Verweer over onvoldoende draagkracht werd verworpen, omdat ontneming ook mogelijk is bij gebrek aan financiële middelen. De veroordeelde werd verplicht tot betaling van dit bedrag aan de Staat.