Uitspraak
de Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder.
Zitting
[A] .
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de beslissing op bezwaar;
- herroept de beschikking en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 42 aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
juni 2009 recht heeft op kinderopvangtoeslag omdat zij ook in die periode kosten voor kinderopvang op basis van een overeenkomst heeft gemaakt.
7. Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat het beroep ongegrond verklaard dient te worden.
Kosten
7, eerste lid, van de Wko, afhankelijk van:
29 augustus 2012,
www.rechtspraak.nlLJN:5927).
773 opvanguren tegen een uurtarief van € 5,27 heeft te verantwoorden, in totaal € 4.073,71 (exclusief bemiddelingskosten van € 709,24). Eiseres is niet erin geslaagd aannemelijk te maken dat zij daadwerkelijk een bedrag van € 4.073,71 aan de gastouder heeft betaald, aldus verweerder.
26 mei 2009 betreffende de gemaakte kosten van januari 2009 tot en met juni 2009, bankafschriften van haar betaalrekening en een handgeschreven verklaring van de gastouder [gastouder] . In deze verklaring is het volgende opgenomen:
“Ik [gastouder] , geboren [geboortedag 1] 1986 te Vlaardingen heb opgepast op mijn nichtje (…) geboren op [geboortedag 2] 2008 te Leiden. Oppas periode januari 2009 tot en met juni 2009 via gastouder buro [website] .
4 juli 2009 3000,-
3 augustus 2009 1000,-
ten minste € 4.073,71 aan de gastouder heeft betaald. Eiseres heeft de contante betaling aan de gastouder ondersteund met de hiervoor genoemde pinopnames en de verklaring van de gastouder dat zij een bedrag van € 5.000 heeft ontvangen. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de gastouder en kent daaraan gewicht toe. Verweerders stelling ter zitting dat deze verklaring mogelijk achteraf is opgemaakt nadat eerst op bankafschriften is gezocht naar pinbetalingen, vindt geen steun in de feiten. Dat eiseres de gastouder eerst in mei, juli en augustus 2009 heeft betaald en niet in maandelijkse termijnen vanaf januari 2009, doet de rechtbank niet anders oordelen. Eiseres heeft ter zitting verklaard dat eerst nadat het gastouderbureau eind mei 2009 de kinderopvangtoeslag op haar rekening had gestort zij de gastouder contant heeft betaald en dat zij ook een vergoeding heeft betaald voor extra kosten. Deze verklaring komt de rechtbank niet onaannemelijk voor. Dat volgens verweerder het vreemd is dat eiseres meer heeft betaald dan is overeengekomen in de overeenkomst, doet de rechtbank niet anders oordelen, omdat eiseres voor het meerdere een overtuigende uitleg heeft gegeven.
21 december 2008 in onderlinge samenhang bezien voldoende schriftelijke vastlegging vormen van de overeenkomst inzake gastouderopvang nu alle gegevens daarin zijn terug te vinden.
S. Kedar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2013.