ECLI:NL:RBDHA:2013:9453
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verbod op uitzetting vader wegens bestuursrechtelijke procedure
Eiseres, dochter van de vader die geen verblijfsvergunning heeft en tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd, vordert in kort geding een verbod op de uitzetting van haar vader. De vader is in vreemdelingenbewaring gesteld en zal worden uitgezet naar Afghanistan. Eiseres stelt dat de uitzetting onrechtmatig is jegens haar vanwege haar psychische aandoeningen en de ernstige gevolgen van gezinsinbreuk.
De Staat voert verweer dat eiseres niet-ontvankelijk is omdat zij feitelijk het bestuursrechtelijke besluit aanvecht waartegen een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat. De voorzieningenrechter oordeelt dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen niet toestaat dat eiseres naast de bestuursrechtelijke procedure ook via kort geding de rechtmatigheid van het besluit laat toetsen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de belangen van eiseres in de bestuursrechtelijke procedure kunnen worden meegewogen en dat het ontbreken van medische informatie in die procedure niet leidt tot aanvullende civiele rechtsbescherming. Daarom wordt eiseres niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot verbod op uitzetting van haar vader.