ECLI:NL:RBDHA:2013:9956
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering onmiddellijke invrijheidstelling na verstekvonnis
Eiser is bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand wegens diefstal in vereniging, waarbij tevens de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijke straf werd gelast. Eiser stelde dat hij tijdig hoger beroep had ingesteld en dat de tenuitvoerlegging daarom onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat het hoger beroep te laat was ingediend, waardoor de tenuitvoerlegging op grond van artikel 557 lid 2 Sv Pro direct mocht plaatsvinden.
Eiser voerde aan dat hij niet was bijgestaan door een advocaat en onvoldoende was geïnformeerd over de procedure, maar deze stellingen werden gemotiveerd betwist door de Staat en niet aannemelijk geacht. Bovendien staat eiser een andere rechtsgang open bij de strafrechter om de tijdigheid van het hoger beroep te toetsen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de civiele rechter niet bevoegd is om kennis te nemen van de vordering tot opschorting van de tenuitvoerlegging en verklaarde eiser niet-ontvankelijk. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van het geding.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot opschorting van de tenuitvoerlegging en veroordeeld in de proceskosten.