ECLI:NL:RBDHA:2013:9959
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot overbrenging ter uitvoering gevangenisstraf naar België
Eiser is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens diefstal met geweld en wapenbezit. Hij verzocht de minister om de straf in België te mogen ondergaan, maar dit werd afgewezen op advies van de officier van justitie, die stelde dat eiser in België waarschijnlijk na 1/3 van de straf voorwaardelijk vrij zou komen, wat het Nederlandse vonnis zou ondermijnen.
Eiser stelde dat hij al 1/3 van zijn straf in Nederland had uitgezeten en dat hij in België een aanvullende gevangenisstraf van 10 maanden moet ondergaan, waardoor het risico op vroege vrijlating gering is. De Belgische autoriteiten bevestigden echter dat er geen sprake is van recidive, waardoor de kans op voorwaardelijke invrijheidstelling na 1/3 van de straf groot blijft.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister terecht het verzoek heeft afgewezen, omdat de tenuitvoerlegging in België niet in het belang is van een goede rechtsbedeling. Het feit dat eiser al een derde van zijn straf heeft uitgezeten verandert hieraan niets, aangezien de Belgische uitvoering alsnog eerder tot vrijlating kan leiden dan de Nederlandse.
Ook het belang van eiser bij resocialisatie in België en bezoekmogelijkheden weegt onvoldoende zwaar om het besluit te herzien. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek van eiser om overbrenging naar België wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.