ECLI:NL:RBDHA:2013:BY8406
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.M. Roskam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende inspanningen
Verzoekers, gehuwd in Turkije en woonachtig in Nederland sinds 1985, dienden gezamenlijk een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met een schuldpositie van €128.109,47. De rechtbank stelde vast dat ondanks het huwelijk in Turkije, Nederlands recht van toepassing is op hun huwelijksvermogensregime vanwege hun gezamenlijke verblijfplaats en schulden in Nederland.
De rechtbank beoordeelde de goede trouw van verzoekers over de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en concludeerde dat deze onvoldoende aannemelijk was. Dit vanwege een boete van het UWV wegens het niet nakomen van de informatieplicht, waarvan zowel verzoeker als verzoekster op de hoogte waren, en schulden uit verkeersovertredingen. Tevens waren verzoekers niet voldoende actief in het voldoen van schulden of het voorkomen van verhaal door schuldeisers.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat verzoekers onvoldoende aannemelijk maakten dat zij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zouden nakomen. Verzoekster was gestopt met solliciteren zonder medische onderbouwing, en verzoeker had niet alle aansprakelijkstellingen opgenomen in de schuldenlijst. De rechtbank concludeerde dat het gedrag van verzoekers wijst op onvoldoende bewustzijn van hun verantwoordelijkheden jegens crediteuren.
Op grond van deze bevindingen wees de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af en vond geen aanleiding tot toepassing van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro. Verzoekers hebben het recht op hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming van verplichtingen.