ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9167
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. Brakel
- J. Brandt
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verklaring rechtsvermoeden van overlijden afgewezen wegens onvoldoende bewijs
Verzoekster heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot verklaring van rechtsvermoeden van overlijden van haar echtgenoot, die volgens haar op een bepaalde datum in Somalië is doodgeschoten. Zij verzocht om verkorting van de wettelijke termijn van vijf jaar naar één jaar, omdat de omstandigheden zijn dood waarschijnlijk zouden maken.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 1:413 lid 2 sub a BW Pro en concludeert dat verzoekster geen enkel bewijs heeft overgelegd ter ondersteuning van haar stellingen. Hoewel de familie het lichaam zou hebben gezien, ontbreken objectiveerbare feiten die het overlijden aannemelijk maken, zoals natuurrampen of oorlogsgeweld. Tevens kan het ontbreken van een levensteken ook door andere oorzaken verklaard worden.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat verzoekster niet ontvankelijk is in haar verzoek tot verklaring van rechtsvermoeden van overlijden en wijst het verzoek af. Er wordt geen kostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Verzoek tot verklaring rechtsvermoeden van overlijden wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.