ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9169
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herstel ouderlijk gezag moeder over minderjarige na tijdelijke schorsing
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder om haar opnieuw met het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind te belasten, nadat dit tijdelijk was geschorst. De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd het verzoek af te wijzen vanwege de specifieke problematiek van het kind, waaronder een reactieve hechtingsstoornis, en het belang van professionele zorg in een instelling.
De rechtbank stelde vast dat de oorzaak van de tijdelijke schorsing, namelijk de onbekende verblijfplaats van de moeder, was komen te vervallen. De moeder heeft haar leven op orde en werkt constructief samen met de biologische vader en hulpverleners. De moeder gaf aan de minderjarige niet uit de instelling te zullen halen voordat zij zelf een specifieke psycho-educatie heeft gevolgd.
De rechtbank oordeelde dat de moeder het gezag weer kan uitoefenen, mede omdat zij bereid is vrijwillige hulp in te schakelen ter ondersteuning. De voogdij wordt beëindigd en het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats bij de moeder werd afgewezen omdat de moeder als gezagsouder bevoegd is deze te bepalen.
Uitkomst: De moeder wordt weer belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige, onder voorwaarde van vrijwillige hulpverlening.