ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9819
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.M. Roskam
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende minnelijk traject en onduidelijke financiële gegevens
Verzoekers, gehuwd en enige vennoten van een Vennootschap onder Firma (VOF) die kinderopvang exploiteert, dienden een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Zij gaven een gezamenlijke schuldpositie op van bijna €30.000, waarvan een groot deel zakelijk was. De schulden ontstonden door tegenvallende omzet en afwijzing van een BBZ-krediet. Het minnelijk traject werd begeleid door hun raadsman, maar niet alle schuldeisers stemden in met het aanbod, dat gebaseerd was op een lening van een familielid en een gespaard bedrag na drie jaar.
De Belastingdienst en enkele andere schuldeisers wezen het akkoord af vanwege onduidelijkheden over de inkomsten, de toerekening van kosten en het voortzetten van de onderneming. De rechtbank ontving geen jaarstukken van de VOF en constateerde dat de financiële gegevens onvoldoende inzicht boden in de ontwikkeling van de onderneming en de ondernemersactiviteiten. Tevens was er een discrepantie tussen de schuldpositie in het aanbod en de 285-verklaring.
De rechtbank overwoog dat het minnelijk traject kwalitatief onvoldoende was, omdat verzoekers geen onderscheid maakten tussen privé- en zakelijke schulden en geen passend aanbod deden aan vennootschapscrediteuren. Ook ontbrak een goede onderbouwing van de inkomsten en uitgaven, en was de betalingscapaciteit negatief. Gezien deze tekortkomingen en het ontbreken van een goede financiële administratie, concludeerde de rechtbank dat verzoekers niet ontvankelijk waren in hun verzoek tot toelating tot de WSNP.
Uitkomst: Verzoeken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden niet ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende minnelijk traject en onduidelijke financiële gegevens.