ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9845
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid Shell voor olielekkage en milieuschade in Nigeria
De rechtbank Den Haag behandelde de aansprakelijkheid van Shell-vennootschappen voor een olielekkage in 2004 bij het dorp Goi in Nigeria. Eisers waren een Nigeriaanse boer en visser en Milieudefensie. De lekkage werd vastgesteld als sabotage, waardoor SPDC niet aansprakelijk kon worden gesteld voor de schade op grond van de Nigeriaanse Oil Pipelines Act en common law.
De rechtbank oordeelde dat de moedervennootschappen RDS, Shell Petroleum en Shell T&T geen duty of care hadden jegens de eisers, mede vanwege de afstandelijke relatie en het ontbreken van bijzondere omstandigheden. Ook werd geoordeeld dat SPDC niet nalatig was in het reageren op de lekkage en dat de sanering volgens Nigeriaanse normen was uitgevoerd, ondanks betwisting door Milieudefensie.
De vorderingen tot schadevergoeding, saneringsmaatregelen en dwangsommen werden afgewezen. Milieudefensie werd ontvankelijk verklaard, maar kon geen schade aantonen. De rechtbank veroordeelde Milieudefensie en Dooh tot betaling van proceskosten. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 30 januari 2013.
Uitkomst: Alle vorderingen tegen Shell-vennootschappen wegens olielekkage en milieuschade in Nigeria worden afgewezen.