ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ0041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. Ebbeling
- T. van Rij
- K.M. Braun
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijkheid Bpm-aangifte wegens termijnoverschrijding gegrond verklaard
Eiser heeft op 19 januari 2012 aangifte gedaan voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm). Verweerder verklaarde het bezwaar tegen de voldoening op aangifte niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank stelt vast dat het bezwaarschrift tijdig is ontvangen op 6 maart 2012, binnen de wettelijke termijn van zes weken na voldoening op 26 januari 2012.
Verweerder was bij zijn beslissing uitgegaan van de datum van de nadere motivering van het bezwaar op 5 april 2012, wat onjuist was. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond en vernietigt de uitspraak op bezwaar. Eiser heeft verzocht de zaak terug te wijzen naar verweerder voor een nieuwe beslissing.
De rechtbank wijst het verzoek om integrale kostenvergoeding af omdat eiser zelf ook uitging van een te laat ingediend bezwaar. Wel veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van € 944 en in de griffierechtvergoeding van € 156 aan eiser. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 9 januari 2013.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding wordt vernietigd.