ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ0298
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onterecht aangenomen verbreking huwelijk
Eiseres, met een verblijfsvergunning voor verblijf bij echtgenoot, werd geconfronteerd met intrekking van haar vergunning wegens vermeende verbreking van de huwelijksrelatie. Verweerder stelde dat de relatie feitelijk was verbroken, mede gegrond op een verzoek tot echtscheiding en een beschikking van de rechtbank. Eiseres voerde aan dat zij en haar echtgenoot nog steeds samenwoonden en ingeschreven stonden op hetzelfde adres in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), en dat de echtscheidingsbeschikking niet was ingeschreven en dus geen juridische gelding had.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en referent sinds binnenkomst in Nederland op hetzelfde adres stonden ingeschreven en dat er geen bewijs was van feitelijke verbreking van de relatie. De verklaring van de echtgenoot tijdens de hoorzitting bevestigde dat ondanks spanningen en een verzoek tot echtscheiding, de relatie voortduurde. De enkele verwijzing van verweerder naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak was onvoldoende om het besluit te handhaven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit wegens schending van artikel 7:12 Awb Pro, en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds werd beslist.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onterecht aangenomen verbreking van de huwelijksrelatie.