ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ0643
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting asielzoeker wegens onvoldoende medisch onderzoek
Verzoeker, een asielzoeker uit Oeganda, werd door verweerder afgewezen in zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Verzoeker stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was, mede omdat bij de gehoren een niet-geregistreerde tolk werd gebruikt. Verweerder maakte aannemelijk dat dit noodzakelijk was vanwege het ontbreken van beëdigde tolken in het Luganda en dat de tolken beschikten over een verklaring omtrent het gedrag.
Verzoeker voerde aan dat zijn medische toestand, waaronder littekens en pijnklachten, een onderbouwing van zijn asielrelaas kan vormen. Het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO) had zich bereid verklaard hem medisch te onderzoeken, met een rapportage binnen drie maanden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de rapportage mogelijk een begin van onderbouwing kan zijn en dat verweerder de resultaten in de beoordeling moet betrekken.
De voorzieningenrechter vond dat verweerder de asielaanvraag in de verlengde procedure had moeten doen en dat het standpunt van verweerder dat het relaas ongeloofwaardig is, onvoldoende is zonder het medisch onderzoek. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen en verweerder verboden verzoeker uit te zetten totdat op het beroep is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Verweerder wordt verboden verzoeker uit te zetten totdat op het beroepschrift is beslist.